De plaats van e-health over tien jaar (en nu)

De plaats van e-health over tien jaar (en nu)

“De tendens is dat de huisarts vooral huisarts moet blijven. In een schil om hem of haar heen moet de huisarts patiënten kunnen helpen en ik vermoed dat de zorg over tien jaar meer naar preventie toegaat”, vertelt Arnoud Borst. Arnoud is teamlead GGZ bij Ksyos, de zorginstelling die huisartsen en POH’s ondersteunt met digitale zorg. Ksyos en SUPPOHRT werken steeds intensiever samen als het gaat om ondersteuning van POH's met e-health. “Er zijn nu al initiatieven om preventief e-health in te zetten. Denk bijvoorbeeld aan de anti-rooklobby: door niet te roken bespaar je veel zorgkosten. Ook voor de GGZ liggen daar oplossingen. Maar over tien jaar is er ook nog zorg nodig, al denk ik dat de transitie naar preventie wel ingezet is. Het idee is dat iedere patiënt eerst een e-healthmodule krijgt en vervolgens naar de huisarts gaat. Een digitale folder met filmpjes bijvoorbeeld. Daar kun je als patiënt zelf mee aan de slag.”

E-health om zorg in de hand te houden

De huisarts wordt meer en meer een spin in het web en krijgt steeds meer naar zich toegeschoven om ook de tweede lijn te ontlasten. “Je ziet dan ook dat de huisartspraktijk allang niet meer alleen de huisarts is, maar is uitgebreid met een praktijkmanager, een POH GGZ en/of een POH voor somatische aandoeningen. De huisarts krijgt het drukker. Daarom is digitaliseren van de zorg een manier om de eerste lijnszorg in de hand te houden. En de ontwikkeling en implementatie van e-healthtoepassing gaan snel. Natuurlijk zal een POH GGZ fysiek beschikbaar blijven, maar e-health kan in blended care belangrijk zijn. Dus een mix van fysiek-persoonlijke en digitale contacten. E-health wordt niet de vervanger, maar een onderdeel van de behandeling. En dan nog alleen voor patiënten die dat willen en kunnen. De POH GGZ of de huisarts zal altijd in de lead blijven. Dergelijke zaken kun je ook goed regionaal oppakken.”

Simpele oplossingen, groot effect

Toch verwacht Arnoud dat e-health in toenemende mate belangrijk wordt in de behandeling van GGZ-problematiek. “Als een soort toolbox die de huisarts of POH GGZ in kan zetten als het nodig is. E-health verbetert de zorg rond GGZ-problematiek nu al. Vroeger kwam een patiënt eens in de twee weken bij de huisarts of POH en in de tussentijd gebeurde er niets of weinig. Nu kan de patiënt in de tijd tussen twee consulten dankzij e-healthmodules zelf aan de slag en digitaal contact zoeken met de POH. Het voelt veel meer als één behandeling, één geheel in plaats van één keer in de twee weken even langsgaan. Zo boek je ook veel meer winst, de patiënt kan zelf vorderingen maken. Zeker vraagt dat zelfdiscipline. Maar ook het invullen van een digitale vragenlijst voor en na een consult kan al helpen. Zo kun je de behandeling beter voorbereiden en de patiënt krijgt meer het gevoel dat er aandacht voor het probleem is.” Het zijn eigenlijk vrij simpele toepassingen die toch een groot verschil kunnen maken. “En zo simpel kan het zijn, met kleine dingen kun je al veel bereiken.”