Wie in de huisartsenpraktijk binnenstapt met psychische klachten, treft vaak als eerste de POH-GGZ. Voor huisartsen is dat een belangrijke steun; patiënten krijgen snel een luisterend oor, terwijl de praktijk kan vertrouwen dat de juiste vervolgstap wordt gezet. Maar hoe verloopt zo’n triage eigenlijk in de praktijk?
Mandy van Rossum, POH-GGZ en Teamleider bij SUPPOHRT, vertelt hoe zij dit dagelijks vormgeeft. “Ik begin altijd met een probleemverhelderend gesprek. Dat is voor mij het fundament. Ik luister naar de klachten, vraag door en probeer goed te begrijpen hoe groot de lijdensdruk is. Vaak geeft dit al richting.”
Het gesprek als kompas
In dat eerste gesprek wordt de toon gezet. Een patiënt die bijvoorbeeld vertelt al weken slecht te slapen door stress op het werk, heeft een heel andere route nodig dan iemand die vastloopt door depressieve gevoelens. Mandy legt uit: “Soms heb ik voldoende aan het verhaal van de patiënt en mijn inschatting hierbij. Maar wanneer ik meer houvast nodig heb, zet ik de 4DKL in. Dat is een vragenlijst die helpt om de klachten te ordenen in vier dimensies: distress, depressie, angst en somatisatie. Het geeft structuur, zowel voor de patiënt als voor mijzelf.”
De 4DKL is speciaal ontwikkeld voor de eerstelijn. Voor veel praktijken is dit instrument een vertrouwd hulpmiddel, maar in handen van een POH-GGZ krijgt het extra betekenis: het ondersteunt de triage en helpt de vervolgstap te verantwoorden.
Van inschatting naar richting
Na het gesprek en eventueel de vragenlijst komt het belangrijkste moment: de weging. Hoe ernstig zijn de klachten? Hoe groot is de druk die de patiënt ervaart? En hoe ver reiken de gevolgen in het dagelijks functioneren?
Op basis van deze inschatting besluit de POH-GGZ om de patiënt zelf te begeleiden, of om door te verwijzen naar de generalistische basis-GGZ of de specialistische GGZ. Mandy: “Het klinkt misschien eenvoudig, maar het is vaak maatwerk. Soms lijkt een klacht licht, maar blijkt er bij doorvragen sprake van diepere problematiek. Dan is het mijn taak om dieper te kijken en, indien nodig, een stap verder te zetten.”
Om die afweging te ondersteunen bestaan er praktische stroomdiagrammen, waarin de triage stapsgewijs wordt uitgewerkt. Deze schema’s zijn breed beschikbaar en bieden houvast in de keuzes tussen POH-GGZ, GB-GGZ en SGGZ.
De huisarts als spil van de zorg
Wat in de hele zorgketen nooit uit het oog verloren mag worden, is de positie van de huisarts. Juist de huisarts kent de patiënt vaak al jaren en overziet historisch het gehele plaatje: psychisch, lichamelijk en sociaal. Mandy bevestigt dit: “Ik zie een POH GGZ ook als verlengstuk van de huisarts. Wij maken de eerste inschatting en pak de begeleiding op, maar altijd in afstemming. De huisarts blijft de regisseur die de integrale gezondheid bewaakt.”
Dat maakt de rol van de POH-GGZ zo waardevol. Huisartsen kunnen vertrouwen dat er een deskundige collega naast hen staat die triage professioneel uitvoert, de coördinatie bewaakt en waar nodig doorverwijst. Tegelijkertijd weet de patiënt dat er iemand is die luistert, verheldert en zorgt dat de route niet stokt.
Leren van elkaar
Binnen SUPPOHRT hechten POH-GGZ-professionals veel waarde aan intervisie. Casussen worden ingebracht, expertise gedeeld en kennis verdiept. Dat maakt de triage niet alleen betrouwbaarder, maar ook rijker. Een collega met meer ervaring in bijvoorbeeld jeugdproblematiek of trauma kan waardevolle inzichten geven voor een casus. Zo ontstaat er een stevig vangnet, waarbij huisartsen verzekerd zijn van brede expertise; ook al is er maar één POH-GGZ’er aanwezig in de praktijk.
Naar passende zorg, zonder omwegen
Triage is geen standaardformulier en geen vinklijstje. Het is een proces waarin luisteren, analyseren en coördineren samenkomen. Het doel is helder: patiënten zo snel mogelijk op de juiste plek krijgen, met oog voor de gehele mens. Of de uitkomst nu begeleiding in de huisartsenpraktijk is, of een verwijzing naar de basis- of specialistische GGZ, de kracht zit in de zorgvuldigheid van de afweging. En in de zekerheid dat de huisarts (die de patiënt het beste kent) steeds centraal blijft staan, met de POH-GGZ als steunpilaar.

